10 april

Ik durf niet mee!

Wat als je kind bang is om op bos- of zeeklassen, kamp of schoolreis te gaan?

Het is weer die tijd van het jaar: de schoolreizen, kampen, bosklassen en zeeklassen komen eraan.
Wat als je kind al huivert bij de gedachte verder van huis te zijn of ergens anders te moeten slapen? Vraagt je kind om thuis te mogen blijven? Weet je niet wat te doen?

Kinderpsycholoog Frauke De Coen geeft enkele adviezen:

  1. Probeer als ouder niet te veel mee te gaan in de angst. Door hier te sterk in mee te gaan, bevestig je dat de angst van je kind terecht is. Dit wil in geen geval zeggen dat angstige gevoelens moeten weggewuifd worden, integendeel, maar wel dat je als ouder moet proberen om de focus op het positieve te houden: het plezier om met de vriendjes weg te zijn, de avonturen die je kind zal beleven, leuke dingen die ze zullen zien….  Wanneer je kind praat over zijn angsten, bevestig dat het heel normaal is dat je kind dit wat spannend vindt en focus dan terug op de positieve elementen. Als ouder kun je ook je eigen, positieve kampervaringen delen met je kind.
  2. Probeer als ouder niet te veel gewicht te leggen bij het kamp, ondanks dat het voor jou een grote stap is om je kind te laten meegaan. Als ouder is het belangrijk om zelf niet te frequent over het kamp te praten zonder aanleiding. Wanneer je kind zelf vragen stelt of dingen aanbrengt, kan je er zeker op inpikken. Wanneer kinderen echter merken dat jij als ouder zwaar tilt aan de uitstap of ongerust bent over het verloop, zullen zij zich afvragen of ze zich ook zorgen moeten maken waardoor de meest dappere kinderen soms bang worden om mee te gaan. Jij bent immers hun grote voorbeeld.
  3. Zelfstandigheid is een groeiproces. Verwacht niet dat je kind op eenzelfde manier zal reageren wanneer het op kamp moet, als wanneer het bij oma gaat logeren. Je zoon of dochter bevindt zich plots in een omgeving waar het geen veilige hulplijn heeft om naar terug te keren. Oefen samen met je kind de dag- en slaaprituelen die het alleen op kamp zal moeten doen. Laat je kind kamperen in je eigen huis of laat ze af en toe eens logeren bij een familielid of vriendje. Je kan hierbij op voorhand oefenen wat je kind bijvoorbeeld moet meenemen naar de badkamer of samen de koffer inpakken met kledingpakketjes per dag. Zo wordt een uitstap een pak minder beangstigend.
  4. Kinderen zijn vaak bang dat ze zullen uitgelachen worden omdat ze hun ouders missen of om de enige te zijn die terug naar huis wil. Leer hen dat bang zijn mag en dat andere klasgenootjes dit ook zullen ervaren. Het is heel normaal dat je kleine spruit het even lastig zal hebben. Bespreek dit op voorhand goed met je kind en spreek samen af wat zou helpen op het gemis minder moeilijk te maken: een trui met de parfum van mama, een lief briefje voor elke weekdag, een dagboek waarin je kind naar huis kan schrijven over zijn avonturen… Probeer zeker geen gsm of tablet mee te geven als hulplijn. Al te vaak zorgt dit er net voor dat kinderen nog meer naar huis zullen verlangen. Het is beter om duidelijk te stellen dat de juf of meester er is om hen op te vangen.
  5. Zorg voor voorspelbaarheid. Als je kind erg angstig is, zoek enkele dagen vooraf wat foto’s op van de plaats waar het kind heen gaat en wat de uitstappen zullen zijn. Je kan ook steeds de leerkracht even inlichten over wat er speelt zodat deze een extra oogje in het zeil kan houden.

Uiteraard is elk kind uniek en hebben sommige kinderen meer last van angstige gevoelens dan andere. Heb je het gevoel dat je kind meer begeleiding nodig heeft, neem dan gerust contact op met onze kinderpsycholoog, Frauke De Coen, voor een gesprek met tips of het opstarten van een begeleidingstraject.